Wij zijn en blijven beste vrienden!!!
..
BREED EVALUEREN: INLEIDING
Als school streven we ernaar ons onderwijs te laten aansluiten bij de interesses, competenties, leefwereld van onze leerlingen. Om daar een goed beeld van te krijgen, dompelen we leerlingen veelvuldig onder in situaties die hen de kans geven om hun talenten en interesses tentoon te spreiden. Leerkrachten creëren daarvoor krachtige leeromgevingen (zie visietekst “inspirerend leren”) waarin ze gebruik maken van verschillende activerende werkvormen die hen de mogelijkheid bieden om de leerlingen individueel en in groep te observeren, feedbackgesprekken aan te gaan, kortom om breed te evalueren.
Door leerlingen in onze evaluatie breed te benaderen, streven we verschillende doelen na. In de eerste plaats willen we zicht krijgen op wat de leerlingen kennen en kunnen, in welke mate ze erin slagen de eindtermen en de leerplandoelstellingen te bereiken. Dit vooral met als doel actief aan de slag te gaan met de verkregen informatie met het oog op hun verdere ontwikkeling.
Via breed evalueren willen we leerlingen anderzijds ook stimuleren om hun eigen leerproces actief in handen te nemen. Dat gebeurt door leerlingen veelvuldig te laten reflecteren over hun vorderingen en hierover in gesprek te gaan met de leerkracht. Op die manier kunnen leerlingen én leerkrachten hun aanpak evalueren en waar nodig bijsturen.
We zijn ervan overtuigd dat een brede visie op evalueren ook leidt tot een brede visie op rapportering.
BREED EVALUEREN: OMSCHRIJVING
Door breed te evalueren focussen we ons op het leerproces met als doel de leerresultaten positief te beïnvloeden om zo een correct beeld van het leerrendement van de leerlingen te krijgen.
Breed evalueren staat voor kwaliteitsvol evalueren. De evaluatie wordt immers afgestemd op de noden van alle leerlingen. Zo wil breed evalueren leerlingen ondersteunen in het verkrijgen van een realistisch, positief zelfbeeld. Het heeft niet als hoofddoelstelling een selectiemiddel te zijn.
Door breed te evalueren kijken we naar een persoon in zijn totaliteit vanuit verschillende invalshoeken en op verschillende manieren:
persoon in zijn totaliteit: er wordt niet alleen gekeken naar resultaten, maar ook naar interesses, talenten, attitude, motivatie, zelfbeeld, meervoudige intelligenties (zie visietekst ‘inspirerend leren’);
vanuit verschillende invalshoeken: we zorgen voor herhaaldelijk overleg tussen de verschillende leerkrachten om op die manier verschillende perspectieven samen te brengen;
op verschillende manieren: we vinden het belangrijk om niet alleen informatie te verzamelen over wat een leerling kan/kent (product), maar ook over het proces dat hij/zij doorloopt. Daarom maken we gebruik van een brede waaier aan evaluatievormen naast toetsen: observaties, reflectiefiches, feedbackgesprekken, portfolio …
BREED EVALUEREN: AANPAK
Om bovenstaande visie waar te maken, beschouwen we evaluatie als een permanent gebeuren, en niet als iets wat zich steeds op het einde van het leerproces afspeelt (hoofdstuk, trimester, schooljaar…).
Via verschillende evaluatiemomenten tijdens het leerproces gaan we na welke vorderingen de leerlingen maken. Breed evalueren begint bij aanvang van iedere les, wanneer de leerlingen duidelijke instructies krijgen over de verwachtingen, de doelstellingen, de mogelijke manieren van aanpak en de evaluatiecriteria.
Tijdens het leerproces spelen reflecteren, breed observeren en feedback geven een cruciale rol. Door
gericht te observeren kan de leerkracht nagaan in welke mate de leerlingen de beoogde doelen beheersen. Het is daarbij aangewezen om leerlingen zelf ook uit te dagen hierover te reflecteren en zichzelf en/of medeleerlingen in te schatten. Zo krijgen ze een goed zicht op hun sterktes en zwaktes per vak. Het maakt de leerlingen bijgevolg bewust van hun eigen vooruitgang. Ze worden als het ware vergeleken met zichzelf en niet met andere leerlingen. Als hulpmiddel hierbij maken we op onze school gebruik van reflectiefiches en/of portfolio . Op basis van beide instrumenten sturen de leerkrachten de leerlingen vervolgens bij via feedbackgesprekken. Deze gesprekken hebben tot doel de leerlingen meer zicht te geven op hun eigen leertraject.
Uiteraard voorzien we in het hele proces ook momenten van toetsing. Toetsen beschouwen we als objectieve meetmomenten waarbij nagegaan wordt in welke mate leerlingen in staat zijn hun kennis, vaardigheden en attitudes aan te spreken om tot een goed eindproduct te komen. Een toets betekent in het hele evaluatieverhaal geen eindpunt, maar een nieuw startpunt, waarbij leerlingen door te reflecteren over de resultaten op de toets(en) opnieuw uitgedaagd worden hun leerproces al dan niet te bestendigen of aan te passen. Aangezien we evaluatie op school beschouwen als een permanent gebeuren willen we dit ook uitdragen via de waarde die we toekennen aan de verhouding tussen trimestriële of semestriële toetsen enerzijds en het dagelijks werk anderzijds. Zo kiezen we in de B-stroom en het bso resoluut voor permanente evaluatie. In de A-stroom, het aso en tso vind je een opbouw terug van het eerste t.e.m. het zesde jaar. Daar waar in de eerste twee graden het dagelijks werk ernstig doorweegt, zal vanaf de derde graad het zwaartepunt komen te liggen op de semestriële toetsen. Op die manier zijn we ervan overtuigd dat we leerlingen vanaf het begin van het secundair onderwijs stimuleren om hun leerproces dagdagelijks in handen te nemen en hen gaandeweg goed voorbereiden op eventuele verdere studies.
BREED RAPPORTEREN
Bij breed evalueren is het ook belangrijk om breed te rapporteren.
Het rapport beschouwen we als een belangrijke stap in het onderwijsleerproces. Het brengt de evolutie van leerlingen in kaart, zodat leerlingen (maar ook ouders en leerkrachten) weten waar de leerling staat en wat hij/zij gerealiseerd heeft. In die zin streven we ernaar dat onze rapporten volledig afgestemd zijn op de werkwijze in de klaspraktijk en omgekeerd.
Het rapport is in die zin ook een belangrijk middel om de communicatie over het leerproces van de leerling te bevorderen. Het brengt een rijke communicatie op gang over het leer- en onderwijsproces niet alleen tussen de leerlingen en de school of de school en de ouders, maar ook tussen leerlingen en hun ouders.
Het rapport heeft eveneens tot doel om voor de leerlingen motiverend te werken, doordat het duidelijk aangeeft waar ze staan en welke evolutie ze doorgemaakt hebben. Het geeft leerlingen informatie om naar zichzelf te kijken en hun zelfbeeld te bevestigen of bij te stellen.
Tot slot willen we benadrukken dat het rapport een overzicht geeft en slechts één fase is in het hele onderwijsleerproces. Evalueren gebeurt immers tijdens het hele onderwijsleerproces: ook tussentijds krijgen leerlingen informatie over het eigen presteren. Het is belangrijk om naast die ‘continuë’ rapportering’ over het proces ook een overzicht te geven en de evolutie van leerlingen in kaart te brengen. Zo geeft het rapport meer informatie dan een momentopname. Dit overzicht is voor iedereen interessant: leerkrachten, ouders én leerlingen en het helpt om door de bomen het bos weer te zien.
[1] Portfolio: een bundeling van activiteiten, toetsen en reflectiefiches per vak waarin verschillende gegevens over de leerling gebundeld zitten. Het geeft niet enkel een beeld van het bereikte product, maar het schept ook klaarheid over het leerproces dat de leerling doormaakt.
[2] Eerste graad: 55% DW – 45% trimestriële toetsen
Tweede graad: 45% DW – 55% trimestriële toetsen
Derde graad: 35% DW – 65% semestriële toetsen
[3] Reflectiefiches, feedbackgesprekken, portfolio, …
Wordt vertaald, even geduld aub..
